Thieme Meulenhoff

Woordenschat

Ook in delen 4 en 5 is woordenschat een belangrijk onderdeel. De leerlingen krijgen elke week in de eerste twee lessen vijftien nieuwe kernwoorden aangeboden; de taalvaardige leerlingen krijgen er nog eens tien extra. Daarnaast leren de leerlingen elke week twee functiewoorden, twee schooltaalwoorden en een uitdrukking. In de teksten voor Begrijpend lezen komen daar nog eens drie woorden bij, waarvan ze de betekenis moeten afleiden uit de context. Op zogenoemde semantiseringsplaten (a2 formaat) is de onderlinge relatie tussen de woorden visueel weergegeven. Tot slot leren de leerlingen ook het Taaltrapeze Woordenboek te gebruiken. 

Topper! Woordenschatspel
De leerlingen kunnen een spel spelen in deel 4 en 5: Topper! Topper! is een woordenschatspel dat de leerlingen op een racebaan, spoorbaan, rivier of een landingsbaan spelen. Een dobbelsteen met pictogrammen bepaalt wat voor soort opdracht ze gaan doen, zoals een ‘woord raden’, of ‘uitbeelden’.

Spelenderwijs breiden de leerlingen hun woordenschat uit en ontdekken ze relaties tussen woorden. Ze onthouden bovendien beter de betekenis van
woorden. Topper! kan het best gespeeld worden met 2 tot 4 personen en duurt ongeveer een kwartier.